Vrouwen in Turkije en Nederland


  • Kayıt: 16.06.2026 18:38:16 Güncelleme: 16.06.2026 18:38:16

Vrouwen in Turkije en Nederland

Drs. Armand Sağ

Volgens een overzicht van Eurostat, het directoraat-generaal van de Europese Unie wat statistieken maakt, is Turkije het enige land in de Europa waar vrouwen gemiddeld meer per uur verdienen dan mannen. In Turkije begint een vrouw met gemiddeld 1,3% meer uurloon dan een man. In alle andere Europese landen verdient een man meer met als dieptepunt Nederland waar een man 16,1% meer uurloon ontvangt dan een vrouw en maar liefst 47,5% meer inkomen. Alhoewel laatstgenoemde te verklaren is door het hoge aantal deeltijdwerkers onder vrouwen, is het uurloon moeilijker te verklaren. Overigens is Nederland met bijna 60% vrouwelijke parttimers met grote afstand kampioen deeltijdwerken in Europa. Dit wordt verder ook gestaafd door de denkwijze in Nederland waarin slechts 17,6% het geen probleem vindt dat een getrouwde vrouw werkt.

Vrouwen hebben het op dit gebied dus beter in Turkije dan in Nederland. Vanuit historisch oogpunt is dit geen verrassing met de hervormingen van de Turkse oprichter van de Republiek Turkije, Mustafa Kemal Atatürk. Hij voerde op 5 december 1934 een wet in die het mogelijke maakte voor vrouwen om gekozen en verkozen te worden in het Turkse parlement. Ter vergelijking is het goed om op te merken dat in landen als Frankrijk (1944) en Italië (1945) dit veel later was. Het is ook goed om op te merken dat lang voor de hervormingen van 1934 vrouwen hoge posities konden verkrijgen in het Turkije van Atatürk omdat burgemeesters destijds werden aangesteld in Turkije. Deze aanstelling ging vaak op basis van kwaliteiten en dit maakte het mogelijk voor Sadiye Hanım om al in 1930 burgemeester te worden in de gemeente Kılıçkaya in de oost-Turkse provincie Artvin. In Nederland was Truus Smulders-Beliën de eerste vrouwelijke burgemeester maar werd zij dit pas op 16 april 1946; ruim 27 jaar na het invoeren van actief en passief kiesrecht voor vrouwen in Nederland in 1919.

Hiermee wordt ook duidelijk dat het invoeren van kiesrechten voor vrouwen in Nederland decennialang een dode letter bleek. Zo mochten vrouwen op papier gekozen en verkozen worden maar moesten vrouwen tegelijkertijd noodgedwongen stoppen met werken na hun huwelijk. Om in de politiek te blijven, moest een Nederlandse vrouw dus ongetrouwd blijven. Zelfs Smulders-Beliën kon pas burgemeester worden na persoonlijk ingrijpen van de machtige politicus Louis Beel zelf. Beel was minister van Binnenlandse Zaken maar werd op 3 juli 1946 minister-president van Nederland. Hij moest ingrijpen omdat Truus Smulders-Beliën sinds 20 april 1945 de weduwe van Jan Smulders was, zelf ook burgemeester. De discussie was of een getrouwde vrouw wel weer als politica aan het werk mocht als haar man overleden was. De vrees was dat vrouwen dan eerder geneigd zouden zijn om hun echtgenoot te doden om zo weer aan het werk te kunnen. Voor Smulders-Beliën sprak het in haar voordeel dat haar man Jan Smulders was gedood door de Nazi-Duitsers vanwege zijn inzet voor het verzet. Na Smulders-Beliën duurde het echter weer tot 16 oktober 1964 voordat Nederland een tweede vrouwelijke burgemeester kreeg.

Tot ruim in 1984 vond 82,4% van alle Nederlanders het afkeuringswaardig dat een getrouwde vrouw werkte. Door dit soort maatregelen ontbreekt een historisch fundament voor vrouwen om financieel zelfstandig te kunnen opereren. “Slechts twee derde van de Nederlandse vrouwen kan zelf haar eigen broek ophouden”, concludeerde Peter Hein van Mulligen van het Centraal Bureau voor Statistieken in het radioprogramma Stand van Nederland op NPO Radio 1 in 2026. Dit aantal stijgt sterk omdat de meeste vrouwen ervoor kiezen om na de geboorte van hun kind te stoppen met werken. Zodoende gaat een vrouw er dan 46% op achteruit; de zogenoemde ‘baby-boete’. Dit is overigens iets wat in Turkije vrijwel geen probleem vormt. Volgens Van Mulligen is de babyboete weliswaar een internationaal fenomeen waarbij het inkomen van vrouwen stagneert of daalt na een zwangerschap, maar is dit vooral in West-Europese en andere westerse landen het geval.

Nederland heeft nog een ander dieptepunt op zijn naam staan: het staat onderaan de lijst van aantal vrouwelijke academici met slechts 25,8% volgens het Institute for Statistics van UNESCO. UNESCO is de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, terwijl het Institute for Statistics van UNESCO de statistieken bijhoudt. Saillant detail bij deze lijst is dat de top 16 gedomineerd wordt door voormalige Sovjet-staten met slechts twee niet-communistische landen. Turkije is met 37% ook een gedegen middenmoter in deze lijst. Een ander dieptepunt is de lijst van Eurostat over vrouwenmoorden; daar neemt Nederland een prominente plek in op plek 3. Mijn overpeinzing van deze maand is dan ook gericht aan alle vrouwen…

Drs. Armand Sağ

Historicus en turkoloog

www.armandsag.nl